Leren copiëren of leren schilderen?

Group-painting2

Een Master Class volgen is op dit ogenblik geen probleem meer. Er zijn erg veel Masters en er zijn zeer veel kandidaten. Geen probleem dus. Allen willen ze voldoende betalen om van een master te leren schilderen. En daar zit het probleem. Als ik de resultaten zie die men erg fier op internet post dan leren deze masters niet schilderen maar ze leren deze bereidwilligen hun eigen werk copiëren. Ze kunnen dus allemaal fier pronken met een copie van een aquarel van de master. Iedereen staat op de foto met dezelfde aquarel en meestal heeft de man die de les geeft nog flink geholpen, al dan niet vrijwillig. Deze personen leren die cursisten dus allemaal een truckje. Iedere master zijn truckjes.  Maar zo leer je nooit schilderen. Hoe erg deze slachtoffers ook hun best doen. Om te leren schilderen moet je eerst leren waarnemen, daarna tekenen en ten slotte schilderen. Dit wil zeggen oplossingen vinden voor de toonwaarde, de compositie, de kleurrenmenging, de contrastwerking enz. Je kan ook niet op een namiddag, een ganse dag of 5 dagen niet leren schilderen met aquarel, daar is jaren werk aan. Ook de titel van Master is een titel die men in de aquarelwereld te pas en te onpas gebruikt. Een Master in aquarel worden dat doe je niet zelf dat is een benaming voor iemand die op zeer hoog en artistiek niveau gebruik maakt van waterverf. Maar daar kijkt men niet naar als men maar naar huis kan gaan met een aquarelletje. En het toppunt van al is dat ik al enkele keren hoorde dat een master boos was en werk van een tentoonstelling wilde verwijderen omdat het een copie van zijn werk was. Zijn deze masters vergeten dat ze dit zelf voor wat slijk der aarde mogelijk gemaakt hebben of ingericht? Nu ik dit zo lees tis aol nao de wuppe!

Advertenties

Tentoonstelling Fotoclub Digipelt presenteert ????

Palethe-1

Reeds lang vroeg men me deel te nemen aan een tentoonstelling over het gebruik van foto’s in de schilderkunst. Ik was eerst niet happig om deel te nemen maar na lang aandringen en ook bevestigde deelnamen van enkele andere artiesten stemde ik toe.

Ik zou de foto’s bezorgen die ik gebruikte om een aquarel te schilderen. Het werk dat in een lijst zat wilde men ter plaatse hebben alhoewel ik daar zelf perfecte opnames (300 DPI en meer) kon van leveren, want die gebruikte men zelfs voor de expo in Sint Petersburg en voor het boek “Masters of Watercolor”. Maar neen dat was niet goed, dus werk uit de lijst en naar Overpelt gebracht. Vandaag kwam men men werk halen en liet men me glunderend het resultaat zien. Een donderinslag hier in Koersel. Ik zal even opsommen wat er zoal op geweldig amateuristisch overkwam en me het ergste liet vrezen voor de expo. De aquarellen staan zwart omrand in het boek. Mijn aquarel die men dus in levende lijve in huis had staat er ongeveer half op. Ik gebruikte 2 foto’s en men gebruikte er één half. En om alles te bekronen staat mijn naam ook nog eens verkeerd in dit boek. Het voorgevoel dat ik bij de eerste contact name had heeft me niet bedrogen en ik had moeten passen voor zulk een amateuristische bedoening. Ik deed zelf al honderde keren mee aan een tentoonstelling maar dit treft alles. Waarom laat ik me vangen. In dit boek is ook een serieuze kans gemist om daar wat diioding bij te geven. Het is een louter prenten boekje geworden. Geen uitleg, CV of andere info.

Hieronder nog de volledige aquarel. Tis aol nao de wuppen!TVB_WatEnDw

The almost blind painter is waiting again

BlindPainterII

Na enkele weken van optimisme zijn we terug bij af. Het begon met de krant, steeds zoeken voor de juiste houding, juiste afstand, juiste invalshoek …erg vermoeiend! Na verloop van tijd toch naar de optieker want slechte bril. Maar het lag niet aan de bril maar aan de ogen. Ik probeerde een afspraak met een andere oogarts, na onjuiste informatie over verschillende oogzaken en betalingen. Ten vroegste januari 2019 een mogelijkheid tot consultatie!!! Dan maar via het hospitaal. Ook ben ik nog eens bij mijn vriend Jan Min op schriftelijk consultatie geweest en hij suste me. Waarschijnlijk nastaar?!? D.w.z.Enkele maanden tot jaren na een cataractoperatie kan zich nastaar ontwikkelen. U ziet geleidelijk aan steeds waziger alsof de cataract terugkomt. De kunstlens  zit  in  het  oorspronkelijke  lenszakje  waar  uw  oude, troebele lens in zat. Dit zakje kan troebel worden door achtergebleven cellen die gaan toenemen en de achterwand van het lenszakje bedekken. Dit noemen we nastaar.En een groot deel van de mensen die aan cataract worden geopereerd, krijgt na maanden tot jaren na de oorspronkelijke cataractbehandeling nastaar. Nastaar is snel, veilig en pijnloos te behandelen. Tot daar de uitleg. Gisteren begaf ik me naar een plotseling vrij gekomen afspraak bij de oogarts, ik heb toch nog eventjes 135 minuten moeten wachten, en dan volgde het verdikt: ja er is aan beide ogen littekenweefsel van de cataractoperatie, dus nastaar, dat we moeten weglaseren. In het hospitaal is geen laser aanwezig anders deed ze het dadelijk. Ik tracht je er ergens tussen te duwen zegt een erg attente oogarts. Ik vroeg op wat spoed want ik zou voor mijn tentoonstelling in december toch nog graag enkele nieuwe werken schilderen. Liefst in aquarel want de braille techniek heb ik nog steeds niet onder controle. Vandaag de verlossende telefoon. Op 26 juni gaat men mijn beide ogen laseren. Ik ben eens benieuwd. Ik heb, zoals ik net liet weten, nog enkele werken in mijn brein klaarzitten maar ik moet ze wel nog maken en dat is nu juist het probleem…dat gaat niet met deze ogen. Maar volgens een welbepaalde buitenlandse vriendin mag ik over al deze zaken niet klagen, ze zegt dat ik de indruk geef van een een mislukte, teleurgestelde kunstenaar. Maar in mijn ogen geeft deze Tejo niet die indruk, maar ja hij ziet slecht. Dus noch nie alles is noa de wuppen …tis ien en al een grout fiejest.

LoMiomista in Courcelles-La-Chapelle.

BlindBrailleKl

De titel van dit werk staat in braille geschreven voor de blinden onder ons.

Ik heb al een hele tijd niets meer geschreven op mijn blog, maar nu komt daar dus verandering in. Ik ben met een groot opgezet experiment bezig om aquarellen te maken voor blinden. Het zal internationale uitstraling hebben en de bezoekers zullen in de wolken zijn. Het kost natuurlijk een bom geld, maar dat moet anders is zoiets niet geloofwaardig. De burgemeester van Courcelles-La-Chapelle pompt er 9 miljoen in en ikzelf ook nog eens 9 miljoen van de opbrengst van mijn laatste tentoonstelling. Ik twijfelde lang maar het project is mistig genoeg opdat iedereen er blindelings in meestapt. De bevolking en de horeca van Courcelles-La-Chapelle zal van de massale opkomst van de kunstliefhebbers mee kunnen profiteren. Ik voor zie geen cafétaria of brasserie zodat de mensen van Courcelles-La-Chapelle ook hiervan een graantje kunnen meepikken.Voor dit project heb ik jarenlang kruisingen uitgedocterd tussen Maajmerry blue, Sjminke en Njoewton&Winston. Het werkt perfect en het geeft een mooie substantie die alleen blinden goed kunnen zien. Ik draag tijdens het schilderen een nieuwe 5D-bril om te zien wat ik schilder want zonder merk ik het verschil niet. Je zal het nogal een pretentieus project vinden maar als gewone artiest kom je niet meer aan de bak met gewoon inspiratie, schildertalent, vakkennis, opleiding en ideëen. Meer laat ik echt nog niet los want ik ben nog in onderhandeling met enkele multinationals en de man van Tesla. Vertel dit echter nog niet verder, hou het stil. Anders is alles nao de wuppe!

SeNonVediNiente met naam

Lezing over mijn aquarelconcept

AfficheTejo Van den Broeck - Lilleshall

Vandaag ontdekte ik de affiche die David Poxon heetf laten maken over de lezing die ik volgend jaar zal mogen geven in Lilleshall, Shropshire in Engeland. Op een manier is het erg fijn en streelt het mijn ego om hiervoor te worden gevraagd en dat men verder kijkt dan ” die gast die altijd zijn eigen portret schildert”. Ik sta daar ook tussen de crème dela crème van de aquarelkunst en ook weer als een buitenbeentje. Hier de namen van schilders die ook gevraagd zijn er die ik daar zal kunnen ontmoeten: David Poxon   – England, Janine Gallizia  –  Australia , Thomas Schaller – Usa , Fabio Cembranelli  – Brazil , Mikhail Starchenko  – Russia , Jansen Chow  –  Malaysia  , Patricia Guzman  – Mexico , Abe Toshiyuki –  Japan ,  Besnik Xhemaili – Kosovo , Helidon Doni Haliti  – Albania  , Lafe  –  Thailand , Julia Barvinova  – Russia , Mark Mehaffey  – Usa , Marvin Chew  – Singapore , Ali Abbas Syed  – Pakistan , Konstantin Sterkhov – Russia , Tianya Zhou  – China , Xiden Chen – China , Joe Dowden – Ireland , Alvaro Castagnet – Uruguay , Pasqualino Fracasso – Italy , Jayson Yeoh  – Malaysia , Iain Stewart – Usa  , Matthew Bird – Usa , Kris Preslan – Usa , Mary Whyte  – Usa , Rance Jones – Usa , Laurie Goldstein Warren  – Usa , Julio Jorge – Portugal , Michal Jasiewicz – Poland , Pablo Ruben Lopez Sans – Spain , Keiko Tanabe – Japan , Mat Barber Kennedy  – Usa , Dean Mitchell – Usa , Stan Miller – Usa , Stephen Yau – Canada , Charles Villeneuve – France , Xi Guo – China  and Sheryl Luxenburg – Canada. En tussen al dat zwaar geschut zal ik een uiteenzetting geven over mijn concept in aquarel. Ik gaf dit al eens in het klein op aanvraag van Anna Massinissa,  de curator van mijn solo tentoonstelling in Fabriano. Maar nu is het dus voor de hele wereld in een taal die ik niet zo goed machtig ben maar met de hulp bij het vertalen en uitspreken van mijn dochter, Ilse en Antoinette moet dit lukken.  Hoop ik? Mijn dank gaat dus vooral naar David Poxon die mijn werken opmerkte tussen al die andere “Masters” en die me daarom uitnodigde. Ik zal twee werken mogen hangen op de tentoonstelling. Dus allen daarheen!Affiche Lilleshall

Meedoen???…Neen of toch…

Iedere dag is er wel ergens één gelegenheid of uitnodiging om deel te nemen aan een aquareltentoonstelling, maar meestal zijn er meerdere gelegenheden. Je kan deelnemen in Pakistan, Indië, Australië, Canada …etc. Steeds is er vooraf een selectie en dus een jury en een fee te betalen. Meestal is dit tussen de € 50 à € 100 per werk of voor meer dan een en dan dus de verzending van je werk nog. Deze uitnodigingen of gelegenheden doen zich dus zeer veel voor. Maar wat moet ik daarmee? Zit er iemand in India of waar dan ook te wachten om een aquarel van mij te zien? Komt daar iemand kijken buiten die er zelf hangen of ook dezelfde hobby hebben? Hoe zal je werk er opgehangen worden? Met 150 op één muur en 1 cm tussen ieder werk en met 4 lagen onder en boven mekaar? Hoeveel dagen zal het duren? Je bent soms langer bezig met alles in orde te brengen dan de duur van de tentoonstelling. Ja, je krijgt soms een certifikaat van deelname! En dan? Ik heb daar allemaal geen zin in, geen tijd voor en erg grote twijfels. Wat haalt dit uit? Wie buiten de organisatoren zal hier voordeel van hebben? Deze manifestaties worden ook alsmaar groter, meer deelnemers, meer aquarellen en soms op plaatsen die God en klein Pierke niet eens kennen of weten waar het ligt. Ik schilder voor mijn plezier en als ik soms iets verkoop is dat meegenomen en erg fijn. Maar verkoopt daar ooit iemand iets. Ik zie ook overal dezelfde “Masters” opduiken. Ik weet niet wanneer die hun werken maken en hoe die dat doen? Ja, ze geven allen betalende demo’s. Maar ik kan niet zo maar vlug op een namiddag 2 à 3 aquarelletjes maken, waar ik niet verlegen moet voor zijn. Ik zie “Masters” wel 3 stuks uit hun mouw schudden op één namiddag. Echt waar ik heb er eens staan op te kijken. Maar die hebben een handigheidje, een truck, een gimmick en herhalen dat steeds en worden daardoor nog handiger in deze “aquarelKunst”. Jongens ik heb het daar allemaal erg moeilijk mee en ik mag er niet te veel over nadenken. Dan zal ik maar gaan schilderen dan ben ik in een roes en kan ik dit alles vergeten. Af en toe eens iets verkopen en ergens mogen tentoonstellen. Meer moet dat toch niet zijn. Ja, nog zo iets, ze vragen me soms om ergens tentoon te stellen d.w.z. de zaal huren en alle kosten op me nemen. Sorry maar ik heb een artistieke loopbaan van 60 jaar. Ik investeerde in alles wat maar mogelijk was om daar het beste van te maken en dan gaan betalen…hola. Men zou “mij” moeten betalen om daar hangen. En Reini Hansen zal wel zeggen “dikke nek” en ze heeft nog gelijk ook. Tis aol nao de wuppen!

Nog een jaar en al cobbreekers…



Een tweetal weken geleden ontving ik de uitnodiging om mijn powerpoint presentatie van in Fabriano nog eens over te doen op de International Watercolour Masters Exhibition 2020 in Lilleshall Hall England in Mei 2020.  David Poxon was de Master die hier verantwoordelijk voor is en ik zal daar tussen een hele hoop Masters me moeten zien waar te maken. Zoals jullie wel weten ben ik niet de man die zo maar eventjes een demo van een uurtje of zo kan geven. Mijn aquarel bezigheid steunt niet op een spectaculaire of speciale techniek. De techniek is bij mij nodig om mijn ideëen te kunnen in beeld te brengen. De fantastische Reini Hansen heeft me na een me door de organisatie afgedwongen demo ooit geschreven dat ze erg teleurgesteld was in mij en dat ik haar niets bijgeleerd had. En dat het toch de bedoeling van een lesgever is dat hij zijn kennis aan zijn leerlingen doorgeeft. Ik kan alleen besluiten dat ze slecht luisterde, want ik vertelde dat, en dat het toch erg interessant overkomt als je iemand met 60 jaar schilder ervaring even te kakken kan zetten. Maar in een demo de showman uithangen is niets voor mij. Op enkele minuten mijn kunnen tonen, neen dat kan ik niet. Maar in die powerpoint presentatie van Fabriano kon ik aan de hand van enkele werken en foto’s uit de doeken doen hoe ik werk. Maar om dit nu in England, de bakermat van de aquarel te gaan uitleggen in de taal van
William Shakespeare dat is nog wat anders. En ja daar heb ik dus deze nacht al van wakker gelegen. Gelukkig zal Reini Hansen daar, hoop ik, niet aanwezig zijn. In Fabriano kreeg ik nochtans zeer goede reacties na mijn presentatie oa van Anna Massinissa en Franc Golop. Daar in Lilleshall zullen wel heel wat meer dan gewone prutsers rondlopen, de wereldtop zal daar zijn, zoals oa: Konstantin Sterkhov, Thomas Schaller, Janine Gallizia, Alvaro Castagnet en Iain Stewart. En daar zou deze jongen iets mogen/moeten gaan vertellen over aquarel. Al deze masters hebben een veel betere aquareltechniek dan ik en ik heb alleen mijn visie en gebruik de aquarel om me uit te drukken. En misschien druk ik me verkeerd uit. Dat kan. Goede nacht trouwens. Mao tis nog nie nao de wuppen!

Tejo is nu Thea en gaat dansen!

Wat ik in mijn vorig blogbericht schreef is werkelijk waar. Dit is geen fake news. De Standaard en ook TV Limburg maar de hele pers heeft geen interesse in een artiest die na zoveel jaar zijn werk laat zien. Mocht ik van geslacht veranderen, gaan dansen, de ronde van Vlaanderen vooraf gaan verkennen, een leugen verteld hebben aan boeren, mijn moeder vermoord hebben, of beginnen piano spelen, maar ook een plafkraak of banktunnel komen in aanmerking om in de cultuurkranten of televisie aandacht te krijgen. Vlaanderen zou te klein zijn. Maar nu gaat het gewoon om een schilder die zijn werken laat zien in een zeer mooie tentoonstelling in een aan de weg timmerend Cultureel Centrum. En het is niet dat het niet geweten is. In deze tijden van Onsociale Media is dit niet te begrijpen. Of toch wel natuurlijk. Het zou cultuur kunnen zijn en dat is heden ook vies. Alhoewel ik dus lezer ben van De Standaard hebben Rudi Smeets, Karel Verhoeven, Filip Van Ongevalle, Lieve Van De Velde en Inge Ghijs van deze krant hier niets mee gedaan. Ik kreeg zelfs geen reactie op mijn brief met de uitnodiging en mijn CV. Dit heeft volgens mij ook iets met opvoeding te maken. Maar soit ik leef nog en schilder gewoon verder.
Tejo Van den Broeck misleidt ons, ontglipt ons, duikt steeds op in andere gedaantes. Laat zich niet (in één werk) vatten. Hij ontluistert niet. Verfraait niet. Verliest zich niet in overbodige details. Drukt op subtiele manier emoties uit. Het vaste patroon heeft een sluipweg gevonden.

En nu zand erover en op naar de 80.

Is Tejo Van den Broeck voortaan Teja?

La Petite Facebook VesteP1040004

Een artiest werkt dagen-, weken- neen maanden, ja jaren lang aan zijn oeuvre en dan is het aan de pers om hier even iets over te schrijven, om zaken in de belangstelling te brengen. Mijn tentoonstelling ter gelegenheid van mijn 75 jaar en mijn 50-tig jarige loopbaan als artiest is voorbij zonder dat ook maar iemand van de pers daar enige aandacht aan schonk. Maar ik heb mijn moeder niet vermoord, ik ben niet van geslacht veranderd, ik ben niet beginnen ballet dansen of piano spelen en ik ben geen pedofiel dus dan kan je zelfs in de cultuurkranten geen aandacht krijgen. In dit landje toch niet. Gelukkig zijn er de talrijke bezoeken van liefhebbers en zijn er in het buitenland ook nog personen die het verschil zien tussen schilder A en artiest B. Als artiest ben je overgeleverd aan de mensen van de pers en die moeten sensatie hebben of  ze kunnen veroorzaken. Als kunstenaar ben je veelbelovend tot ongeveer je 40-tse daarna ben je een oude te verwaarlozen “ambetanterik” of een oude zak. En daarom ben ik des te blijer met de woorden van de heer Haerden op de opening. Die man heeft zonder met me te spreken een zeer goede analyse gemaakt van mijn werk en dit ook nog eens in, naar mijn bescheiden mening, zeer lovende tekst. Deze tekst had een aanleiding of inleiding kunnen zijn voor een mooi artikel in de geschreven pers. Maar helaas ik ben maar een gewone liefhebber met een passie. Hier een stukje uit de aangehaalde tekst.

Welnu, wie de (zelf-)portretten van Tejo Van den Broeck met aandacht bekijkt, zal gefascineerd worden door de zich steeds maar herhalende pogingen van de kunstenaar om via dat door hem gekende lichaam zichzelf te doorgronden. Elk nieuw en bijgevolg noodzakelijk werk is een ontbrekend deel, een interpretatie ervan. Stelt hij via die herhalingen zichzelf in vraag? Wil hij samen met zijn geschilderd evenbeeld meegroeien in tijd? Is het emanatie van wisselende emotie? Of is het een constant en een nooit voldaan esthetisch spel? Komt daarbij dat het verrassend nieuwe zich niet alleen beperkt tot het creëren van andere situaties, vanuit een ander perspectief: liggend in het zand, in het gras, in het water, ingepakt in noppenfolie, staand met zwarte of gele plakband voor mond of ogen (gemuilkorfd of zichzelf gemuilband?), zichzelf ‘ontmaskerend’, zichzelf monsterend, uitdagend, plagend, contact zoekend tussen schilderende Tejo en geschilderde Tejo, ruggelings of frontaal naar ons of naar zichzelf gekeerd, maar dat het verrassend nieuwe ook in de contrasten zit wat coloriet, sfeer, humor, ironie, gelaatsuitdrukking betreft. Ten slotte zit de verrassing, het contrast, de verwarring vooral in de vrije manier van schilderen: in vegen, in kliederend haar, in open plekken op papier, in spiegels, ramen, deuren als vlakken, in licht, spiegelend licht en schaduw als ingenieus spel, in overlappingen, misleidende verschuivingen, in de schildering van zand en water die tastbaar worden, in een zelfportret dat niet op de schilder lijkt, in de vraag doen stellen waar de aquarel begint en waar ze eindigt. Net zoals in zijn Tejoretische werkjes zijn vele van deze aquarelen antwoorden op situaties waarin hij verzeild is geraakt. Waarbij hij niet altijd de bedoeling heeft om ‘schoon’ te schilderen, zodat hij tegenstellingen niet schuwt: door met schijnbaar brede vegen het papier onbedekt te laten en zo de idee van ‘wegvegen’ te creëren, terwijl het om ‘ontbreken’ gaat.

Wie schreef ook weer dat vernieuwing bestaat in het leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande structuren?

Tejo Van den Broeck misleidt ons, ontglipt ons, duikt steeds op in andere gedaantes. Laat zich niet (in één werk) vatten. Hij ontluistert niet. Verfraait niet. Verliest zich niet in overbodige details. Drukt op subtiele manier emoties uit. Het vaste patroon heeft een sluipweg gevonden.

Bedankt Fernand. En een gemiste kans voor de kunstrecensenten.

Ambetant 2.0 en frappant!

screen vande enige echte ultieme transparant 2.0 van leden.indd @ 75% 2019-01-07 15.38.31

Ik ben al meer dan een week zoet met het opmaken van een nieuw ledenboek voor onze vereniging AIB. Het is dus een boek waarin de vereniging al de leden die dit willen plaatst met pasfoto, een aquarel en info. Je kan dan aan de hand van de naam of van een foto opzoeken wie wie is. Iedereen kreeg meermaals per mail en in het tijdschrift de deadline te zien en toch hebben we na de eerste deadline beslist om ze 3 maanden uit te stellen omdat er duidelijk te weinig interesse was. Maar je kan je niet voorstellen wat je dan allemaal binnen krijgt maar ook wat je niet binnen krijgt. Ik kreeg mails binnen met beloftes die niet waar gemaakt werden. Maar het is eigenlijk wel plezant om zo de betrokkenheid van eenieder bij het verenigingsleven te observeren. Ik kreeg dan bv een foto van een persoon in een steegje op de rug gezien die iets aan het doen is, en de bedoeling is dan dat je deze persoon herkent mocht je hem ontmoeten. Je krijgt van sommigen een waslijst met veel info, drie emailadressen, zeven websites en een hoop mobiele- en ander telefoonnummers. Ik kreeg pasfoto’s van 1 cm/2cm maar ook pasfoto’s die zo groot en scherp zijn dat je ze kan gebruiken om op de gevel te projecteren. Het is een hels werk omdat natuurlijk iedereen zijn info anders doorgeeft. Er staan 109 leden in dit boek en ik kan je zeggen dat ik 218 verschillende formaten van foto’s ontving maar ook 218 verschillende kwaliteiten van foto’s. Maar gaat even zeer op voor de info die ik ontving. Dat alles moet je allemaal aanpassen aan de layout die je voor ogen hebt. Het is een werk waarvan je als het af is zeer vrolijk en blij “oef” kan roepen. En nu in een tijd van communicatie en sociale media moet je leden uitleggen hoe ze een foto van een aquarel moeten maken of hoe ze op het internet krijgen. Daardoor krijg ik emails met materiaal van snuggere kleinkinderen of handige schoonzonen. Iedereen moet meehelpen, dat stel ik dikwijls ten einde raad ook voor.  De aquarel plaatsen sommigen of weer anderen scheef op de keukentafel, slecht belicht en maar gedeeltelijk op de foto enz. Je kan er een boek over schrijven of toch zeker een blog. Tis al nao de wuppen.

Openingstoespraak Fernand Haerden

AankondigingCCMMFernandHaerden

Mijn tentoonstelling in Maasmechelen is op zondag 2 december onder grote belangstelling geopend. De openingstoespraak van de heer Fernand Haerden wil ik jullie niet onthouden.

Tejo Van den Broeck     75 jaar

Het fotorealisme – waartoe het werk van Tejo Van den Broeck (1943) gerekend wordt – is ontstaan omstreeks midden jaren ’60 van de vorige eeuw met een bloeiperiode in de jaren ’70 en ’80. Het betreft een figuratieve stijl waarin de werkelijkheid zo realistisch en neutraal mogelijk weergegeven wordt. Ontstaan bovendien in de VS als reactie op de toen heersende Arte povera, Land art, Body art, Conceptual art en Performance art, die het schilderen overbodig leken te hebben gemaakt. Representatieve fotorealistische kunstenaars zijn o.m. de Amerikaan Chuck Close (1940), die levensgrote portretten schildert van vrienden, familie, bevriende kunstenaars of beroemdheden; de Duitse veelzijdige kunstenaar Gerhard Richter (1932), met zijn vaak vervagende portretten; de Belg Antoon De Clerck (1923-2001) die een loepzuivere dagelijkse werkelijkheid schildert, terwijl Pol Mara (1920-1998) en Roger Wittevrongel (1933) op sublieme wijze stillevens, interieurs, de wereld van de vrouw in een fotografische droomwereld weergeven. Niet alleen op tweedimensionaal vlak bereikte men vaak het summum van een fotografisch evenbeeld, ook driedimensionaal slaagde men daarin, met dien verstande dat men dan spreekt van hyperrealisme. Kunstenaars als de Amerikanen John de Andrea (1941) en Duane Hanson (1925-1996) gebruiken levende modellen om levensechte figuren in kunsthars/epoxyhars te creëren, terwijl George Segal (1924-2000) daartoe gips gebruikt. De Australische beeldhouwer Ron Mueck (1958) schept dan weer hyperrealistische minuscule of zeer grote beelden van mannen en vrouwen in silicone en fiberglas. De Belg Jacques Verduyn (1946) creëert met zijn vrouwenfiguren in polyester, terracotta of gips schoonheid in eenvoud. Foto- en hyperrealisme worden niet zelden verward of vereenzelvigd met de popart, waardoor ze effectief beïnvloed zijn en waarmee inderdaad overeenkomsten bestaan wat realistische weergave betreft, maar inhoudelijk is er wel degelijk sprake van verschil, vermits de popart in Engeland ontstaan in de jaren’50 volgens een van haar grondleggers, Richard Hamilton (1922-2011), ‘populair, vluchtig, massaal geproduceerd, geestig, sexy, glamoureus’ moest zijn, kenmerken die grotendeels niet thuishoren in het fotorealisme, zeker niet, als je er de kritisch-ironische blik op de maatschappij aan toevoegt. Met een beetje verbeelding kan je Street art als een 21ste-eeuwse mengvorm van popart en fotorealisme beschouwen, dit om aan te geven dat kunststijlen soms plots ontstaan, een hoogtepunt beleven, maar nooit definitief verdwijnen, want ofwel in een andere gedaante later opduiken ofwel in het werk van adepten blijven nagloeien.

Dit laatste is dus duidelijk het geval in de persoon van kunstenaar Tejo Van den Broeck (Mol, 1943). Hij studeerde aan het Hoger Instituut voor Kunstonderwijs te Hasselt, waar hij eerst Publiciteit (Rik Rappoort), nadien de opleiding Schilderen volgde bij Vincent Van den Meersch (1912-1996), docent, mentor en stuwende kracht van de Research Group Hasselt, waartoe ook Hugo Duchateau, Jos Jans, Helene Keil, Jan Withofs en Dré Sprankenis behoorden, een groep enthousiaste kunstenaars die aansluiting zochten met de nationale en internationale kunstscene. In 1972 hield de Research Group op te bestaan, maar werd op initiatief van o.m. Ludo Raskin in 1973 de Limburgse School gesticht, met leden van de Research Group, aangevuld met Rik Coolen, Ado Hamelrijck, Piet Stockmans, Gido Vanlessen en Tejo Van den Broeck.

In de daarop volgende jaren gaf Tejo Van den Broeck les aan de toenmalige Gemeentelijke School voor Plastische Kunsten te Eisden en werd hij docent grafische vormgeving en waarnemingstekenen in het kunstonderwijs aan het SHIVKV (Stedelijk Hoger Instituut voor Visuele Communicatie en Vormgeving) te Genk. Nam hij deel aan groepstentoonstellingen, behaalde hij diverse prijzen, vermeldingen en selecties: Jeune Peinture Beige (selecties en onderscheidingen ’70 en ’72), Prijs van Rome (selectie ’73,), Europaprijs (bronzen medailles ’71 ,’73, 76). Werd hij in 1999 lid van AIB, het Aquarel Instituut België vzw, nam hij als AIB-lid deel aan tentoonstellingen in het buitenland, vooral aan de jaarlijkse Internationale Aquarel Tentoonstelling in Fabriano, Italië (deelnemers uit meer dan 60 landen met meer dan 1000 werken), waarbij hij sinds 2013 selectieheer en leider is van de Belgische delegatie. Is hem in 2012 de Prijs voor Beeldende Kunsten van de stad Beringen toegekend. Heeft hij in 2018 op uitnodiging deelgenomen aan de International Watercolor Biennal in Pakistan, de International ‘Masters of Watercolor’ in St.-Petersburg (Rusland) en werd hij met 5 werken opgenomen in het boek ‘Masters of Watercolor’, waarin de 20 beste portretaquarellisten ter wereld vermeld staan.

In de schilderscarrière van Tejo Van den Broeck dienen twee periodes onderscheiden te worden: de periode voor 1984 en de periode erna. De eerste periode wordt gekenmerkt door enerzijds enkele werken in olieverf, die hij als volslagen autodidact geschilderd heeft. Daartoe behoort een eerste zelfportret (energieke jongen met zelfverzekerde blik) uit 1963. Anderzijds heeft hij na zijn opleiding bij Vincent Van den Meersch acryl gebruikt in wat de handschoenenperiode genoemd wordt (begin jaren ’70). Het was de tijd waarin hij naar eigen zeggen ‘nog geen figuur aankon’. Die periode leverde een reeks boeiende werken op, die aansluiten bij het surrealisme van René Magritte (1898-1967). Het zijn werken waarin de kunstenaar niet van buitenaf in het werk aanwezig is, maar zijn aanwezigheid in het werk bevestigt via een sterk gepersonaliseerde handschoen, die zich losmaakt of losgemaakt heeft van haar anonieme bezitter en verzelfstandigd in zijn plaats optreedt. (Handen zullen een belangrijke rol spelen in het werk van deze kunstenaar, maar in deze acryls zitten ze dus nog verstopt in een handschoen.) Tejo Van den Broeck creëert hier gelijktijdig meerdere ruimtes. Er is de anonieme ruimte van waaruit de handschoen opereert; er is het geschilderde raam (halfopen of dicht), dat telkens links of rechts afgesneden is en op die manier refereert aan een fotografisch procédé, tegelijk op het gewone leven focust: een landschap met een koe, wat bomen en een plas; er is dat geschilderde landschap dat op zijn beurt schril contrasteert met het technisch gefabriceerde frame van het raam. Leven en kunst, het landschap en het artificieel technische komen hier samen. De anonieme eigenaar van de handschoen, die niet uit zijn eigen schaduw durft te treden, vult toch frontaal de kamer/de buitenruimte, richt zich tot de kijker en verlaat op die manier het schilderij, de actie overlatend aan zijn deus ex machina: de handschoen. Deze zweeft a.h.w. door de ruimtes, zowel binnen als buiten. Een handschoen die als dominante regelaar het (theatrale) spel bepaalt.

In het werk met dubbele schaduwfiguren legt Tejo Van den Broeck dan weer effectief de link met het schaduwtheater, zoals zich dat ontwikkelde sinds het fin de siècle in o.m. Parijs en Praag, waarbij donkere silhouetten een visueel verhaal vertellen. Deze schaduwfiguren figureren bij Tejo niet op een podium, maar in een omkaderde en strak betegelde ruimte in een creatief gehanteerd perspectief. Het zijn werken die onomstotelijk hun schaduw vooruitwerpen naar de reeks zelfportretten van eind jaren’70 én zeker naar de latere geaquarelleerde ‘zelfportretspiegels’.

Typerend voor de acryl zijn de op deze tentoonstelling aanwezige ‘Het schilderen van een zelfportret’ uit 1977 en het ‘Familieportret’ uit 1978-1979. Werken die blijven intrigeren. En wel omdat ze model zullen staan voor alle portretten die nog geschilderd zullen worden en die alle in de eerste plaats met kijken te maken (zullen) hebben. Kijken vanuit alle hoeken. Kijken met de ogen van de schilder op het doek/de ogen van de geschilderde/onze ogen als kijkende buitenstaanders/de ogen vanzelfsprekend van de schilderende Tejo. Er wordt dus steeds met andere ogen gekeken. Met andere gevoelens ook. En andere interpretatie. Waardoor het geschilderde in al zijn herhaling verrassend nieuw en boeiend zal blijven. Welnu, de Franse filosoof Merleau-Ponty (1908-1961), voor wie de waarneming als uitgangspunt gold in zijn filosofie, stelde ‘dat het lichaam als middel van waarneming fungeert en dus in de expressie een belangrijke rol speelt.’ Hij gaat er m.a.w. vanuit dat het menselijk zien een lichamelijk proces is (‘Le peintre apporte son corps’), dat het voelen wat men ziet zonder lichaam onmogelijk is, zodat zien lijfelijk contact betekent met de dingen die men ziet. Is het trouwens ook niet zo dat een danser of pianospeler op het moment van de uitvoering meer een beroep doet op zijn/haar lichaam (voeten en handen) dan op de geest?

Maar nu terug naar ‘Het schilderen van een zelfportret’ uit 1977, dat een sleutelwerk is gebleken. En wel omdat alles wat hierop volgde, ook effectief een gevolg ervan was, zoals hierboven reeds aangegeven. Waarmee ik bedoel dat met dit werk alle andere ook geschilderd zouden zijn, als Tejo Van den Broeck niet over de creativiteit had beschikt, waarover hij effectief beschikt. Opvallend in dit werk is de voorliefde voor vlakken en bijgevolg ruimtes, waardoor een (zij het beperkte) diepte ontstaat. Een diepte die afgeblokt wordt door een neutrale uit vierkante tegels bestaande wand. Deze wand doet de focus op de schilderende activiteit niet verzwakken enerzijds, want versterkt anderzijds het contrast tussen de meetkundige vormen en de losse beweeglijkheid van zowel de schilderende figuur als het geschilderde portret. Er zijn hier m.a.w. drie Tejo’s in gesprek, drie kijkende Tejo’s.

In ‘Familieportret’ uit 1978-1979 kijken we naar drie werkelijkheden, worden we met drie niveaus geconfronteerd. De eerste werkelijkheid is het geschilderde zelfportret met dochter; de tweede is de dochter en de echtgenote, die beiden buiten het zelfportret staan; ten slotte is er het hele schilderij dat voor ons kijkers bestemd lijkt. Interessant wordt het kijken van de geschilderde Tejo en de tonende echtgenote: ze kijken naar buiten, elk vanuit zijn/haar niveau, uit het schilderij, naar ons dus. Niet alleen de echtgenote houdt de lijst vast, maar ook de geschilderde Tejo doet dit, binnen diezelfde lijst staand. Verdubbeling van handeling bijgevolg met overschrijding van ruimtes en spelen met gelijktijdigheid die er in feite niet is. Verrassend is het kijken van de geschilderde dochter, die heel bewust naar zichzelf kijkt (als naar een ander), buiten de lijst staand. Een interactie die op een speelse manier de strakke compositie doorbreekt, die echter vol spitse vondsten zit.

Halverwege de jaren ’80 ruilt Tejo dan de acryl voor de aquarel en hoewel hij geen enkele ervaring had in het gebruik van zuiver pigment met water, heeft hij zich zoals uit het voorgaande blijkt voldoende bekwaamd in het op papier zetten van de menselijke figuur. Niet zonder reden noemt Tejo Van den Broeck – die uren aan zijn tekentafel zit – zichzelf een atelierschilder, die slechts zelden en plein air werkt. Welnu, in haar roman ‘Een soort van liefde’ beschrijft de Pools-Belgische filosofe Alicia Gescinska (1981) een man die elke avond achter zijn piano zit en niet speelt om gehoord te worden, maar ‘om bij de kern te komen van wat het is om mens te zijn’. Of zoals kunstenaar Sam Dillemans (1965) het verwoordt: ‘Je schildert om zo dicht mogelijk bij je hart te komen’.

Als aquarellist is Tejo Van den Broeck wellicht het meest gekend om zijn portretten en zelfportretten (waarover later), maar niet alleen de wijze waarop hij met ‘Handen’ omgaat (net als zijn ogen zijn kostbaarste bezit als kunstenaar) is opmerkelijk, maar ook zijn Italiaanse landschappen, gebouwen (‘Casino Beringen’- ‘Alden Biesen’), interieurs (‘C-Mine Genk’) en naakten zijn het vermelden waard. We mogen hier zeker zijn ‘Tejoretische Schilderijtjes’ niet vergeten, een reeks van kleinere aquarellen, ontstaan vanaf 1996 en geïnspireerd door René Magritte.

De Tejo-retische werkjes lijken tussendoortjes, zijn tegelijk speels-ironische commentaren op feiten, gebeurtenissen uit het dagelijkse leven, a.h.w. faits divers, verbaal verpakt in een zegswijze, beeldend in een vorm die duidelijk refereert aan René Magritte, een verwijzing trouwens die als dankwoord telkens geformuleerd wordt. Meestal zijn ze samengesteld uit drie delen: twee voorwerpen en een tekstje (zegswijze). Het geheel heeft een dubbele bodem en de tekst fungeert als het letter-lijke bindmiddel, als verduidelijking voor de buitenstaander. Toch ontsnappen deze Tejoretische schilderijtjes ook zonder bijkomende uitleg aan wat inside joke kan genoemd worden.

In de aanhef is gesteld dat het fotorealisme – waartoe Tejo Van den Broeck behoort, (zich er alleszins mee verwant voelt,) -zo natuurgetrouw en neutraal mogelijk te werk gaat. Het streven naar een aan de werkelijkheid gelijkende afbeelding, kan beaamd worden, maar neutraliteit maakt er bij Tejo heel uitdrukkelijk geen deel van uit. Hij maakt het ons daarbij niet gemakkelijk, want noemt zichzelf conceptueel kunstenaar, omdat vooraleer hij begint te schilderen, het concept in zijn hoofd al af is. Waardoor de vraag naar het toeval in zijn werk overbodig lijkt te worden. Een te snelle conclusie die niet blijkt te kloppen, zoals de geaquarelleerde (zelf-)portretten zullen bevestigen. Schilderen naar de werkelijkheid is er vanzelfsprekend in hoge mate bij, maar wordt het niet tegelijk spelen met die realiteit, die hij toch zo ongelooflijk goed beheerst? En maakt hij tijdens dat spel geen openingen om het toeval – in dit geval de creativiteit – binnen te laten? In zijn manier van schilderen om zo dicht mogelijk bij de realiteit te komen – waarbij het concept dus klaarligt – is hij immers in de steeds wisselende uitbeelding de meest vrije kunstenaar en wel omdat hij tijdens het schilderen de regels van het spel volledig zelf bepaalt, wijzigt, negeert. Voor Immanuel Kant (1724-1804), Duits filosoof, is kunst een middel om iets mee te delen. We zijn daarbij in staat om met onze zintuigen de wereld/de werkelijkheid waar te nemen, maar zullen die werkelijkheid niet zien zoals ze werkelijk is, alleen maar zoals ze zich aan ons voordoet. Willen we haar dichter benaderen, is het nodig ze te bekijken vanuit verschillende perspectieven. Hieraan kan de opvatting van Friedrich Nietzsche (1844-1900), eveneens Duits filosoof en beïnvloed door Kant, gekoppeld worden, als hij beweert dat de alomvattende objectieve waarheid niet bestaat, dat men er alleen interpretaties kan van kennen. Welnu, wie de (zelf-)portretten van Tejo Van den Broeck met aandacht bekijkt, zal gefascineerd worden door de zich steeds maar herhalende pogingen van de kunstenaar om via dat door hem gekende lichaam zichzelf te doorgronden. Elk nieuw en bijgevolg noodzakelijk werk is een ontbrekend deel, een interpretatie ervan. Stelt hij via die herhalingen zichzelf in vraag? Wil hij samen met zijn geschilderd evenbeeld meegroeien in tijd? Is het emanatie van wisselende emotie? Of is het een constant en een nooit voldaan esthetisch spel? Komt daarbij dat het verrassend nieuwe zich niet alleen beperkt tot het creëren van andere situaties, vanuit een ander perspectief: liggend in het zand, in het gras, in het water, ingepakt in noppenfolie, staand met zwarte of gele plakband voor mond of ogen (gemuilkorfd of zichzelf gemuilband?), zichzelf ‘ontmaskerend’, zichzelf monsterend, uitdagend, plagend, contact zoekend tussen schilderende Tejo en geschilderde Tejo, ruggelings of frontaal naar ons of naar zichzelf gekeerd, maar dat het verrassend nieuwe ook in de contrasten zit wat coloriet, sfeer, humor, ironie, gelaatsuitdrukking betreft. Ten slotte zit de verrassing, het contrast, de verwarring vooral in de vrije manier van schilderen: in vegen, in kliederend haar, in open plekken op papier, in spiegels, ramen, deuren als vlakken, in licht, spiegelend licht en schaduw als ingenieus spel, in overlappingen, misleidende verschuivingen, in de schildering van zand en water die tastbaar worden, in een zelfportret dat niet op de schilder lijkt, in de vraag doen stellen waar de aquarel begint en waar ze eindigt. Net zoals in zijn Tejoretische werkjes zijn vele van deze aquarelen antwoorden op situaties waarin hij verzeild is geraakt. Waarbij hij niet altijd de bedoeling heeft om ‘schoon’ te schilderen, zodat hij tegenstellingen niet schuwt: door met schijnbaar brede vegen het papier onbedekt te laten en zo de idee van ‘wegvegen’ te creëren, terwijl het om ‘ontbreken’ gaat.

Wie schreef ook weer dat vernieuwing bestaat in het leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande structuren?

Tejo Van den Broeck misleidt ons, ontglipt ons, duikt steeds op in andere gedaantes. Laat zich niet (in één werk) vatten. Hij ontluistert niet. Verfraait niet. Verliest zich niet in overbodige details. Drukt op subtiele manier emoties uit. Het vaste patroon heeft een sluipweg gevonden.

Fernand Haerden nov.-dec. 2018

Mijn dank gaat ook in het bijzonder uit naar Eef Proesmans die me uitnodigde om in CCMaasmechelen tentoon te stellen

Eef

Nominaties Cultuurprijs Beringen

Dinsdag zijn de nominaties voor de Cultuurprijs in Beringen bekend gemaakt, en zoals elk jaar zijn er vijf genomineerden en dat zijn dichter Koen Snyers, fotograaf Michiel Pieters, fotograaf Lambert Reynders, percussion Team ‘Onder Ons’ Koersel en schrijfster Gerda Vanhees en ik ben daar uiteraard niet bij. Ik heb in Beringen eigenlijk niets gedaan in 2018. Hieronder enkele gebeurtenissen van buiten Beringen:

  • Selectie Masters of Watercolor Sint-Petersburg 2018
  • Selectie Pearls of Peace Season –II Pakistan met : Take it with a lot of grains and a little bit of sand.
  • Voor de 6de keer delegatieleider voor België in FabrianoInAcquarello Mei 2018 en met het werk : Se non vedi niente c’é molto da guardare
  • Eén van 12 Internationale juryleden voor Marche d’Acqua 2018 een International Prize in Paper and Watermark Museum van Fabriano met één werk op de jury-leden tentoonstelling .
  • Ik sta met 7 à 8 aquarellen en een interview in the Masters Of Portrait-book van Konstantin Sterkhov samen met oa Stan Miller, Guan Weixing, Liu Yi, Carlos Leon Salazar, Anna Ivanova  allen tesamen 20 watercolorportraitists from over the world dat in Sint Petersburg is voorgesteld.
  • Naar aanleiding van mijn werk in Sint Petersburg een vermelding op de Russische TV.

Onder andere door dit soort zaken kan je wel echt vraagtekens plaatsen bij wat Cultuur in Beringen is en hoe men er over denkt. Iedereen is kan mijn werken vanaf volgende week komen bekijken in het Cultuur Centrum van Maasmechelen. Tis nieaol noa de wuppen.